“Alles is al eens gedaan”, zingt Eric van Dijsseldonk op zijn nieuwe album. “En veel beter en mooier ook.” De elf melodieuze liedjes zullen inderdaad geen muzikale revolutie veroorzaken, maar daar streeft Van Dijsseldonk ook niet naar: “Ik houd van ouderwetse popmuziek.” De oud-inwoner van Veldhoven en Eindhoven presenteert de cd ‘In mijn eigen koninkrijk’ maandagavond 5 april (Tweede Paasdag) in café Meneer Frits in Eindhoven.

Van Dijsseldonk (39) houdt zich nauwelijks bezig met de heersende trends in de rockscene. Of hij ontdekt ze pas lang nadat ze hip waren. “Ik kan er niet tegen als de zoveelste nieuwe hype wordt opgepikt, waarna blijkt dat zulke muziek in de jaren tachtig ook al werd gemaakt. Heel veel hippe muziek is conceptueel, het bedachte straalt er vanaf. Ik houd juist heel erg van ideeën die van binnenuit komen, al wil ik nou niet teveel als een ouwe lul overkomen.”

De songs op ‘In mijn eigen koninkrijk’ zijn zeker niet ouderwets, eerder tijdloos. De alleskunner, die bijna alle instrumenten zelf inspeelde, refereert met plezier en respect aan het oeuvre van zijn inspiratiebronnen. Het titelnummer doet dankzij de rechttoe-rechtaan productie, de blazers en het zwierige orgeltje denken aan het werk van The Band, de groep die eind jaren zestig de basis legde voor het Americana-genre. The Beatles, en dan vooral de lp’s uit hun latere periode, liggen overal op de loer, terwijl ook The Byrds om de hoek komen kijken. “Ik houd heel erg van poppy melodieën”, legt Van Dijsseldonk uit. “The Band en The Beatles zijn hele grote voorbeelden voor mij, dus als jij die invloeden terughoort, beschouw ik dat als een compliment.”

De teksten zijn net zo gevarieerd als de muzikale stijlen. Sommige zijn heel intiem, zoals het slaapliedje ‘Naar dromenland’, en ‘Zie je mij nou staan’. Laatstgenoemde song gaat over zijn te vroeg gestorven vader. “Ik ben bewust in het Nederlands gaan zingen om mijn werk nog persoonlijker te maken. Niet om iedereen te laten weten hoe ’t met mij gaat, maar het zou raar zijn om zo’n persoonlijk liedje over mijn vader in het Engels te brengen. Dat zou wèl heel veilig zijn geweest, omdat ik dan niet zo naakt op het podium had gestaan. Maar ik wil dat de songs binnenkomen bij het publiek. Rock ’n roll is meer iets voor stoere jongens, ik ben meer een gevoelige jongen.”

Los van zijn carrière als solo-artiest is Van Dijsseldonk een veelgevraagd (gast)muzikant. Hij begeleidde zangeres Ricky Koole en popkenner Leo Blokhuis tijdens hun theatershow, speelt in de band van soulzangeres Laura Vane, maakt deel uit van het trio Songwriters United en is te horen op platen van onder anderen JW Roy. Daarnaast deed Van Dijsseldonk mee aan tribute-projecten voor onder andere The Band en George Harrison. “Ik vind heel veel dingen leuk. Voor een deel zijn ze ook noodzakelijk, het is heel moeilijk om met een activiteit je agenda als professioneel muzikant vol te krijgen. Het heeft allemaal zijn charmes.”

Het zelf schrijven en spelen van liedjes blijft een artistieke noodzaak voor Van Dijsseldonk, sinds drie jaar woonachtig in Nijmegen. “Op een gegeven moment begint ’t te kriebelen en moet zo’n soloalbum eruit. Deze plaat is echt helemaal van mij. Ik doe wat ik graag doe; ik ben best een bevoorrecht mens, ook al word ik er niet heel erg rijk van. Maar dat weet je als je eraan begint.” 

(door Frank van den Muijsenberg)